Het moet midden jaren ‘70 van de vorige eeuw zijn geweest. Tijdens mijn stage Humane Voeding in Sri Lanka woonde ik samen met een collega een aantal maanden in twee dorpjes. Elk met een andere economische structuur. Doel was de gezondheidstoestand en de voedingsgewoonten van de bevolking van die dorpjes te vergelijken en daar lessen uit te trekken. We onderzochten ook de werkbelasting voor het runnen van het huishouden. Tot onze verbazing zagen we dat je makkelijk de hele dag bezig kon zijn met enkel het bereiden van maaltijden voor je gezin.
In het eerste dorp werkte de bevolking veelal in rubber- en theeplantages en werd in geld uitbetaald. Je had daar dus geld nodig om rijst en brood te kopen. Daalden de wereldmarktprijzen voor thee en rubber dan gebeurde hetzelfde met de verdiensten van de bewoners – soms tot bijna nul. Natuurlijk plukte iedereen ook wat vruchten en groenten, maar dat bleef marginaal. Dierlijke producten als vis, vlees of eieren waren gewoon te duur met als gevolgd dat de gezondheidstoestand van de huishoudens schrikbarend slecht was. Ze verdienden gewoon te weinig.
Het tweede dorp kende een agrarische economie. Ieder huishouden had wat land met rijst, groenten en vruchten, maar deze waren in de loop der jaren wel erg klein geworden. De mensen hier hadden geen honger, maar waren wel chronisch ondervoed, omdat ze elke dag te weinig of te schraal te eten kregen.
Koken was verre van eenvoudig en gebeurde binnenshuis. Daarvoor was droog hout nodig. Met het verzamelen was al gauw twee uur nodig, waarna men vaak flinke afstanden moest afleggen met de gebundelde takken op het hoofd. Zo om de dag weer opnieuw. De gekochte rijst was weliswaar onbespoten, maar zat vol witte steentjes. Die moest je eruit wassen, anders hield je geen tanden meer over. Daar was je zo een uur mee bezig. Met een karaf of oud melkpoederblik water halen uit de rivier en dat koken om ziektes te voorkomen was ook zo’n tijdrovende klus. De maaltijden in beide dorpen waren zeer schraal. Gekookte witte rijst met wat groen, soms aangevuld met een kokosmelksausje rijkelijk voorzien van lime en pepers. En dat 2-3 keer per dag, week in week uit, een enkele keer afgewisseld met een stukje heftig ruikende gedroogde vis of een eitje. s ’Ochtend werd vaak gekozen voor witbrood met wat kokos en peper. Dat was veel sneller klaar te maken, maar duurder en het vulde slecht. Je had snel weer honger.
Kortom, we kwamen tot de onthutsende conclusie dat het grootste deel van de dag opging aan huishoudelijke taken. Logisch dat het hele gezin – vooral de meisjes – daarbij ingeschakeld werd. En al die arbeid resulteerde dan in chronisch inadequate voeding. Ik werd opgeleid om kennis te verschaffen over voeding voor mensen in onder meer de Derde Wereld, maar tijdens mijn stagetijd kon ik op dit gebied niets voor de dorpelingen betekenen. In het ene dorp was er veel te weinig grond en in het andere had mens als gevolg van de lage prijzen van thee en rubber op de wereldmarkt nauwelijks geld. Geen grond, geen geld, geen eten.
Eerlijke prijzen, kennisoverdracht om de landbouw te verbeteren en voorfinanciering waren in deze situatie efficiënter dan mijn voedingskennis. Om die reden heb ik me toen ik terugkwam met enkele collega’s die actief waren voor Solidaridad het Max Havelaar keurmerk helpen oprichten. Dit keurmerk is met haar opvolgers, waaronder Fair Trade, in de loop der jaren uitgegroeid tot een miljardenmarkt. Zo kon ik destijds toch nog een beetje helpen.
Tegenwoordig dienen zich op het gebied van voedselbereiding nieuwe uitdagingen aan, met name op het Afrikaanse continent. Hier koken nog steeds zo’n 500 miljoen mensen, voornamelijk vrouwen dagelijks op open vuur. Naast de tijdsinspanning die dit vergt, vergelijkbaar met die tijdens mijn stagetijd in Sri Lanka, zorgt dit voor veel gezondheidsschade, ontbossing en CO2-uitstoot. De introductie van cookstoves en warmhoudmanden in combinatie met voorlichting vormt het begin om een ommekeer te bewerkstelligen. Ignite a Better Future maakt zich hier hard voor, net als Solidaridad zich indertijd inspande voor het creëren van een markt voor duurzame keurmerken. Een streven dat ons aller steun verdient. Helpen dus!
Marcel Schuttelaar,
Founder of Schuttelaar & Partners,
emeritus partner of Healthy World Cooperation






0 reacties